Het Nederlands
Hooiberg Museum

Over het heffen en verlagen van de kap

Het in hoogte verplaatsen van de kap

De ophanging van de kap: stikke of beugel.


De kap is beweegbaar bevestigd aan de roeden. De wijze waarop varieert per regio. In de Betuwe en op de Veluwe en op veel andere plaatsen gaat dat met een vit, een ijzeren pen die in een gat steekt aan de binnenkant in de roede en een half ovaal van ijzer met schakels, de beugel of haak. Deze beugel hangt aan de vit en is met schakels verbonden aan ogen in de lanen. Zo hangt de kap compleet bewegelijk aan de roeden. De beugel kan overigens zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant van de berg hangen.
werkende haak


Onder meer in de Graafschap rust de kap op bergijzers : een ijzeren staaf die recht in een gat steekt en aan de punt soms een steunstaaf heeft die een gat lager in de roede steekt. Globaal loopt er een scheidingslijn door Nederland vanaf Harderwijk midden over de Veluwe langs de Rijn naar het oosten: zuid-westelijk daarvan treffen we de beugel aan, noord- oostelijk het bergijzer. Ze noemen het ook wel stikke.

 


Er zijn meerdere methoden ontwikkeld om de kap te bewegen:



 

1. Zonder werktuig

De kleine bergjes werden met de handen van de boer en diens buren getild . Dat geldt vooral voor de kleine een- en tweeroeder.

 

 

2. Met de rikrak of verstekhaal

De rikrak is een houten, later ijzeren, geval dat te beschrijven valt als een rechthoekige bakzonder deksel en bodem. Kortom er zijn vier wanden. In de vorm van een rechthoek. Twee tegenover elkaar liggende minder breed als de roede breed is en twee, tegenoverelkaar liggend , langere en meer als twee gaten bedekkend in de roede. De wanden zijn 10 cm hoog. De lange wanden moet je als de verticale zien. Ze hebben twee rijen gaten, niet op gelijke hoogte waardoor pennen kunnen worden gestoken. Op die pennen rust los een hefboom met twee uitsparingen die corresponderen met de plek van de pennen. De hefboom wordt omhoog getild over de hoogste pen, aan het hefeinde komt deze nog hoger waardoor de onderste inmiddels vrije pen nu in het hogere gat gestoken kan worden. Dat heffen geeft indien snel gedaan een rik rak geluid.... Aan het uiteinde van de hefboom hangt een ketting, die je kan verbinden met een oog in het draagdeel van het dak: heffen van de hefboom hijst het dak omhoog.

 

Boer Bomans uit Markelo aan de Worsinkweg leverde in 2008 een werkend exemplaar zodat de SKHN deze kon beschrijven voor haar archief:

.

 

  1. De rikrak

 

 

 

 

 

De romp van de rikrak in maat en getal.
De pen van de rikrak.
De haak van de rikrak.
De handgreep van de rikrak.  
Boer Bomans toont SKHN vrijwilliger Ruhof werking van de rikrak. Boer Bomans toont Willem Ruhof van SKHN de werking van de rikrak.
 

 



3. Met boom en ketting heffen, zakken met laattouw.

 

Lichte daken werden vaak met een hefboom en een ketting geheven, een heel eenvoudige constructie. De ketting werd aan de roede gehangen. De hefboom werd door de ketting gestoken en onder de lan geschoven. Daarmee werd de kap omhoog bewogen. NB Tegenwoordig worden daken veel zwaarder gebouwd door professionele bouwers. Soms krijgt u als extra er een leuke boom en ketting bij. Niet gebruiken! Breken kan dodelijk zijn.

 

Als het dak moest zakken werd een touw aan een ijzeren pen gebonden, boven in de roede werd deze pen in een gat gestoken. De boom werd uit de ketting gehaald en het touw werd om de boom gedraaid. Daardoor kon de boom onder een lan met het touw klemgedraaid worden. De stikke werd uit de roede gewrikt en daarna werd het touw langzaam van de boom gewikkeld. Om die reden was het touw aan het hand einde dunner dan aan de roede kant. Het wordt in Salland het laattouw genoemd.

 

 

 

 

 

In Amerika ontwikkelde de boom en ketting een eigen variant. En ontvingen we van HVVA een originele foto.

 



 

4.Met de bergwinde, wain, waag of naaf

 

bergwain

Een groot rieten dak is te zwaar voor de ketting en boom en vraagt dus om een andere aanpak. Al honderden jaren gebruikt men daarvoor hetzelfde werktuig. Het wordt in de meeste streken bergwinde of bergwaag , een soort van vijzel, genoemd. In Betuws dialect bergwijn of bergwain. De winde is een uniek resultaat van vakmanschap en tijd: het maken kost meerdere dagen. Kijk daarvoor in de rubriek gereedschappen. De werking van deze “omgedraaide kurkentrekker” is eigenlijk heel simpel. Het komt er op neer dat men per roede de daar elkaar ontmoetende 2 lanen één gat omhoog krikt. En dat de “berg rond”doet. De beugels worden bij het omhoog krikken ontlast. De beugel dragende vit kan uit het gat gehaald worden , en een gat hoger geprikt. De beugel wordt er weer aan gehaakt . De kurkentrekker zelf wordt met een stoeltje gesteund. De stoel is een stuk ijzer met aan de ene kant twee uitsteeksels die in de gaten passen van de roede. Aan de andere kant steekt een driehoek uit , met de korte kant boven. Hierin zit een holte. De onderkant van de kurkentrekker rust met een ijzeren punt in de holte aan de stoel. De kurkentrekker loopt via een gat met een passende winding door het juk.. Het juk wordt klemgezet onder beide lanen. Draaien van de kurkentrekker drukt het juk omhoog en dus ook de lanen en daarmee ook de kap. Overigens is het laten zakken van de kap ook weer een klus die veel energie vergt, en dus heeft in sommige streken de boer hier ook weer een passende oplossing voor: het laattouw. Dat wordt aan een bergijzer bevestigd en dan enkele keren om de lan gedraaid. Het dragende bergijzer wordt uit de roede getrokken en met het laattouw kan dan door vieren van het touw de lan een stukje zakken. Een kleine winde werd ingezet bij de tweeroeder.

stoel

 

 

 

 

 

bergwain in werking


5.De bergheef
bergheef Een spaakwiel aan een as met een lang touw dat via katrollen een horizontaal daaronder los hangende balk omhoog beweegt. In die loshangende balk is een met een hoefijzer versterkt gat aangebracht. Daar past een verticale neer te zetten boom in met houten tanden. Aan één van de tanden kan een houten blok gehangen worden met behulp van een ijzeren schakel. Dat wordt onder de lan geklemd. Bij het draaien komt de lan omhoog.Het vereist een gat voor de verticale balk in het dak. Dat was bij de linker nieuwe berg niet ingebouwd (eigenlijk dak voor boom en ketting). En dus werd daar de balk maar schuin gehangen met het blok erboven. Net als op de oude foto van een berg in Zoeterwoude.
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

heef

Interessant is deze info: Bij het artikel op Internet over het gebruik van een heeft om de kap van een Hollandse hooiberg omhoog (en omlaag) te brengen vraagt met zich af hoe de stand van de aan een ijzeren beugel hangende "klos" aan de boom (spil) tussen het blok van het heeft ten opzichte van de balk (lan?) van de hooiberg was.

Mijn vader gebruikte tussen 1955 en 1962 het heeft om de kap van onze hooiberg (die overigens gebruikt werd om korenschoven, gemaaid en gebonden door een "zelfbinder" getrokken door 3 paarden, in te bergen). De vierroedige berg was een zadeldaktype gedekt met zwartgeteerde ijzeren golfplaten, de kopgevels waren van hout met in één daarvan een deur, waarschijnlijk bedoeld om de oogst vanaf een wagen met een vork in te steken als de kap op zijn hoogste stand stond.

De hoeken van de "lanen" (ik kende dat woord niet) waren verbonden door 2 ijzeren ringen (2 schakels) die elk aan een ijzeren plaat waren gesmeed die op de lanen waren geschroefd, zodat de hoekverbindingen flexibel waren tijdens omhoogbrengen en laten zakken van de kap. Aan de binnenkant van de aldus verbonden lanen bevond zich de roede. Op de hoeken liep de dakbedekking niet verder door dan tot aan de roeden, aan de buitenkant van de roeden lagen de "lanen" dus vrij. Hierdoor was het mogelijk om het heeft met de daarop geplaatste spil zo verticaal mogelijk langs de lan te plaatsen zodat de klos precies onder de lan kwam te hangen. Op die manier kon de kap recht omhoog worden gedraaid en niet zoals bij een schuine stand van de spil het geval zou zijn, naar achteren. Iemand in de berg kon de ijzeren stang waarop de kap rustte, één gat hoger aanbrengen zodra die hoek van de kap die hoogte bereikt had. Er kon slechts één gat tegelijk omhooggebracht worden, zodat het heeft steeds naar de volgend hoek moest worden versleept. Ook de spil moest steeds verplaatst, dit gebeurde door een ijzeren stang in het geboorde gat op plm. 40 cm hoogte van de spil te steken, met beide handen aan de uiteinden van de stang de spil optillen en met een schouder het gevaarte in evenwicht zien te houden.

De kap van onze oude berg (naar mijn schatting plm. 8 x 6 meter) is in 1965 afgevoerd per platbodem richting Kaageiland waar men er een zomerhuisje van heeft gemaakt. Onze (voormalige) boerderij stond aan de ringvaart van de Haarlemmermeer. De hooiberg met betonnen roeden, houten balken en metalen golfplaatbedekking die er voor in de plaats kwam staat er nog wel.

Waarschijnlijk werd het heeft alleen gebruikt bij hooibergen waar de lanen op de hoeken van de kap vrijlagen, dus geen dakbedekking op de hoeken buiten de roeden.

Hopenlijk hebben jullie iets aan deze info en misschien kregen jullie al soortgelijke informatie, wat elkaar alleen maar kan bevestigen.

Vriendelijke groeten,

Dik Krijger
Adama van Scheltemaplein 48
2624PG Delft
 


6.. De dommekracht
   
Een getande staaf met tandwiel wordt met een zwengel omhoog gedraaid. Het geheel is ingebouwd in een houten verpakking. Tegenwoordig zijn ze geheel van staal. Je kunt niet hoger heffen dan ongeveer een derde van de lengte van de staaf.




7.Katrol, draad en lier
lier

Met een lier aan de roede, een katrol boven op de top van de roede en een draad vanaf de lier over de katrol naar beneden en bevestigd aan een lanhoek kan je een vast dak omhoog en omlaag bewegen. De stijve kap deed rond 1930 zijn intrede en kondigde de dood aan van de oude houten rieten bewegelijke kap. In plaats van vier kwamen er drieroedige bergen en werd de draad in het midden van een lan bevestigd.

 

Ook de eenroeder kent de lier.

lier bij eenroeder