Het Nederlands
Hooiberg Museum


www.betuwenieuws.nl

Amerikanen bekijken hooiberg

ZOELMOND

• Een Amerikaanse delegatie uit de staat New York heeft zaterdagochtend in Zoelmond gekeken naar een authentieke Nederlandse hooiberg.

De Amerikanen willen weten hoe zo'n hooiberg er uit ziet. Ze willen er namelijk een bouwen in hun staat, hiermee willen ze vieren dat het dan vierhonderd jaar geleden is dat Nederlands Manhattan hebben gesticht.

De delegatie was naar onze provincie gekomen, omdat hier nog veel authentieke hooibergen staan.

Twentse hooiberg mee naar Amerika

Op camping de Keite in Markelo vertoefden afgelopen weekeinde twee Amerikanen. Op zich niet bijzonder rond Bevrijdingsdag. Timmerman Bob Hedges en architect Peter Sinclair kwamen echter niet voor de herdenking. Ze wilden leren een zeventiendeeeuwse Twentse hooibergconstructie te bouwen en namen daardoor een stukje Twente mee terug naar hun thuisland.

MARKELO
Geen enkele hooibergconstructie is hetzelfde, vertellen timmerman Bob Hedges en architect Peter Sinclair terwijl ze in hun verblijfplaats bijkomen van de reis: een vakantiehuisje op camping de Keite in Markelo. Een aantal hooibergkenners houdt hen gezelschap. Het duurt echter niet lang voor het gesprek over hooibergen gaat.
‘De hooibergen verschillen per land, maar ook in elke regio is weer sprake van verschillende typen hooibergen', aldus Sinclair.
De Amerikaanse mannen zijn naar Nederland gekomen om ‘haybarracks', ofwel hooibergen te bestuderen. Ze zijn een afvaardiging van de Hudson Valley Vernacular Architecture Foundation, een stichting die een openluchtmuseum beheert in de staat New York. Na hun bezoek in Nederland moeten Hedges en Sinclair zo nauwkeurig mogelijk een zeventiende-eeuwse hooiberg nabouwen in het museum.
In dit tijdperk hadden de Nederlandse pioniers zich namelijk gevestigd in de Hudsonvallei. Zij stichtten daar onder andere Manhattan.
De heren kwamen in Markelo terecht na een tip van de stichting Kennisbehoud Hooibergen Nederland. ‘Hier is de kennis aanwezig. Elders in Nederland verschillen de hooibergen', verklaart Wim Lamphen van deze organisatie, die de mannen begeleidt.
Het Amerikaanse tweetal onderzoekt de hooibergen al tien jaar. Sinclair: ‘Her en der in het Hudsongebied zijn alleen maar fragmenten van de hooibergen van Nederlandse pioniers terug te vinden.' ‘Alle stukken van hooibergen zijn hergebruikt in andere gebouwen', vult Hedges aan.
Beide heren komen zelf ook uit de Hudson Valley. Hedges woont aan de westoever, Sinclair aan de oostelijke zijde. ‘Vandaar dat we er zo geïntrigeerd door zijn', vertelt de timmerman. ‘Aan de westkant zijn vroegere invloeden van Nederlandse pionieren te vinden, dan aan de oostzijde. Dat is iets dat we al wel weten, door de verschillen die in het bouwwerk zitten. Nu zijn we op zoek naar iemand die ons kan vertellen hoe we dat na kunnen bouwen.'
Het gehele weekeinde worden de heren begeleid door diverse deskundigen van hooi- en kapbergen. Jan ten Tije van stichting Het Maarkels Landschap is één van hen. ‘Het is bijzonder dat ze voor een Twents plattelandsonderwerp helemaal uit Amerika overkomen. Daarom laten we ze zoveel mogelijk zien over hooi- en kapbergen in de omgeving.'
De Amerikanen krijgen onder meer informatie over houtbewerking, dakdekken, het maken van gereedschappen en liftmechanisme voor het dak van een hooiberg. Terwijl het tweetal de gerestaureerde hooiberg aan de Luttikerveldweg in Markelo bekijkt, komt een tachtigjarige timmerman vertellen hoe hij vroeger zijn hooiberg heeft gebouwd.
‘Natuurlijk worden daarnaast ook leuke anekdotes vertelt', zegt Diederik Roeterdink van Maarkels Landschap. Hij barst meteen los in een verhaal over een hooiberg, die twintig jaar geleden tot op de grond afbrandde in de buurt van discotheek Dancing Dieka. ‘Waarschijnlijk was de vonk van de verliefde stelletjes, die daar regelmatig lagen, overgesprongen op het hooi.'
De Amerikanen lachen. ‘Die zullen er straks in het openluchtmuseum niet te vinden zijn', zegt Sinclair.

 

Amerikanen bestuderen Ommer hooibergen

door HANS KEESMAAT

 

10 MEI 2006 - OMMEN - Hooibergen uit Ommen dienen als inspiratie- en informatiebron voor exemplaren in Amerika. Twee Amerikanen brachten daarom gisteren een bezoek aan de Zeeserweg. Bob Hedges en Peter Sinclair van Hudson Valley Vernacular Architectures willen een klassieke hooiberg bouwen voor een openluchtmuseum in de buurt van New York.

 


De Amerikanen lieten zich uitvoerig informeren over de techniek van het bouwen van een hooiberg. foto BUREAU UIJLENBROEK

Hun organisatie is één van de initiatiefnemers van het openluchtmuseum, dat volgend jaar tot stand moet komen in Hudson Valley. Het wordt een permanente voorziening, maar is vooral bedoeld om de viering (in 2009) op te luisteren van het feit dat de eerste immigranten zich vierhonderd jaar geleden vestigden in Hudson Valley. Dat waren met name Nederlanders.

‘Nederlanders hebben maar zo'n 75 jaar de overhand gehad in deze regio, maar hun invloed is blijvend', zegt Hedges. ‘Ook nu nog zie je veel gebouwen, vooral uit de negentiende eeuw, met een sterke Nederlandse invloed.' Hedges is gespecialiseerd in het realiseren van historische gebouwen met traditionele gereedschappen. De twee Amerikanen bewonderden gistermorgen de twee hooibergen aan de Zeeserweg in Ommen. Onder deze zogeheten vijfroedige kapbergen wordt weliswaar geen hooi meer bewaard, maar ze zijn wel begin dit jaar in hun oude luister hersteld nadat ze op het punt van instorten stonden. Eigenaresse Leida Bruins en haar echtgenoot bekostigden dat zelf. ‘Voor 26.000 euro en dan kwamen de benodigde eiken nog van ons eigen landgoed', vertelt ze. ‘Het is een rijksmonument, en dus is onderhoud een verplichting, maar omdat de uitgangspunten veranderd zijn, konden we geen aanspraak maken op subsidie. Het is een dure hobby en op termijn zullen we er een economische invulling aan moeten geven, anders is het niet op te brengen.'

Dat gebeurt tegenwoordig met de meeste hooibergen, weet Ab Goutbeek uit Dalfsen. Hij schreef een boek over hooibergen. Volgens hem doen de bouwwerken tegenwoordig dienst als houtopslag of theehuisje.

De Amerikanen kwamen met Goutbeek in contact via de vorig jaar opgerichte stichting Kennisbehoud Hooibergen Nederland. Bestuurslid en wetenschappelijk adviseur Suzan Jurgens leidt de overzeese bezoekers dezer dagen rond in de Betuwe en oost-Nederland. Overigens zal er te zijner tijd geen typisch Nederlandse hooiberg verrijzen in het Amerikaanse openluchtmuseum. ‘De immigranten van toen namen hun kennis mee uit Nederland, maar omdat ze weinig middelen hadden, ontwikkelden ze een eigen variant', weet Hedges. ‘Vaak met houten dakbedekking en frames aan de zijkanten. Maar voor de constructie moeten we toch hier onze informatie vandaan halen.' Eeuwenlang was de hooiberg beeldbepalend in het landschap van agrarisch Nederland. Een ogenschijnlijk simpele constructie, maar Goutbeek weet wel beter. Hij bewondert het ‘technisch vernuft' dat boeren al vanaf de vroege Middeleeuwen aan de dag legden: ‘Het ding is zó efficiënt en tegelijk zó bijzonder. Er zit geen spijker in; hij moet zó gevlochten worden dat de kap zo slap is als een vaatdoek'.