Het Nederlands
Hooiberg Museum

Typering van hooibergen in Nederland

Hooibergtypen in Nederland



Landgoed Hackfort bij VordenEr zijn geen twee hooibergen hetzelfde. Meestal werd bouwmateriaal gebruikt dat ter plaatse voorhanden was. Toch zijn er een aantal stijlen herkenbaar. Ze zijn typisch per regio. Opvallend is dat pas rond 2000 bij het aanleggen van onze landelijke fotodatabase duidelijk werd dat benamingen voor die typen door elkaar gebruikt worden..Zo heet een hooiberg met alleen een verhoogde vloer in Twente steltenberg maar in de Betuwe schuurberg. De SKHN heeft dan ook een algemene typologie uitgewerkt. Deze wordt hieronder besproken en op deze site toegepast.


  Meerroeder Steltenberg met schuurtje Schuurberg

Eénroeder

Tweeroeder

Meerroeder

Steltenberg

Schuurberg

Koekoekberg

Pachtersberg

  Tekeningen: Suzan Jurgens  
             

1 De éénroeder

Ook wel paraplu - of pluberg genoemd. De éénroeder komt veel voor in Salland,Graafschap en Twente, rond de IJssel en in Noord Brabant. Volgens de literatuur is de parapluberg pas medio 19e eeuw ontstaan en werd deze gebruikt voor graanopslag . Deze had dan een opstandje, lage paaltjes waarop een tasvloertje lag. Op de paaltjes waren ijzeren platen of omgekeerde emmers geplaatst om de muizen tegen te houden. Later werden ze vrijwel alleen nog gebruikt voor hooi. De constructie van de kap is een bijzondere: de kap moet immers kunnen bewegen en aan één centrale roede hangen. Daarvoor kennen we de constructie met behulp van kruishouten. Het heffen van de kap ging met de hand, met de verstekhaal of rikrak, en later met katrol en lier (aan de paal of buiten de berg), of met een dommekracht. Heel grote éénroeders zien we in Twente en in de Achterhoek. Op de foto links een grote hooi éénroeder in Hellendoorn. Rechts een gerestaureerde roggebarg aan de Winterkamperweg in Markelo.



2 De tweeroeder



Tweeroeder in OldebroekKomt nu veelal nog voor op de Veluwe, de Gelderse Vallei en de Utrechtse Heuvelrug. De zadeldakberg en de schilddakberg zijn hooibergen met twee roeden die vooral in de minder welvarende gebieden te vinden waren. Er zijn geen echte oude tweeroeders meer in de oorspronkelijke staat, gedekt met riet, te vinden in Nederland De tweeroeder met golfplaatbedekking daarentegen is overal volop te zien De roeden waren voorzien van bergijzers waarop de dwarse korte lanen rustten. Heffen ging met de hand, boom en ketting of bergwinde, en later met katrol en lier. Onder de kap is plaats voor een toom kippen, open haard hout, ondefinieerbare rommel, gereedschap, een huisje voor oma, of voor de Rolls Royce.

Bijna in ieder bouwsel is wel wat bewaard van de oude oorspronkelijke berg. Let maar eens op kromme roeden, oude lieren, en oude dakdelen van het oorspronkelijk dak.



3. De meerroedige hooiberg



Te vinden binnen het hele hooiberggebied . De meerroeder is een hooiberg met drie, vier, vijf of zes roeden en een beweegbaar dak. Oude houten Zesroeder op kampereiland‘drieroeders’ komen maar zelden voor. “Nieuwere” drieroeders , met ijzeren of betonnen roeden en oude rieten kap zijn er wel veel. Vooral in de polders en waarden. Daar rotten de oude roeden snel weg, de oude rieten kap bleef goed en werd bevestigd aan de nieuwe betonnen of ijzeren roeden. De hoeken van de lanen zijn dan onderling stijf bevestigd en de roeden staan buiten de kap. Met katrol en lier bleef het mogelijk de kap te heffen. Daarnaast zijn er vele fabrieksmatig gefabriceerde drieroeders met golfplaten dak. Het bewegen van de kap werd vroeger gedaan met boom en ketting, bergwinde of bergheef (dit laatste vooral in de Hollanden) De meerroeder kent behalve de "kale "versie ook enkele andere varianten:



3.a. De steltenberg

Vierroedige steltenberg, erachter gewone vierroeder op landgoed verwolde, laren Gld.De steltenberg is een hooiberg met een verhoogde vloer. De hoogte van deze tasvloer kan verschillen. De berg staat dus als het ware op stelten. De vloer kan bij voldoende hoogte dienen als dak voor een opslagruimte, het hooi ligt op deze verhoogde vloer. Om een vloer te maken komt boven hoofdhoogte een stel eikenhouten “onderlanen” tussen de roeden geschoord met korbelen, met daarop een reeks van ontschorste stammen van voldoende dikte, de tasliggers. Het bewegen van de kap wordt gedaan met bergwinde of bergheef. Klim nooit zomaar in deze bergen. Grote kans dat midden in de tasvloer een gat is waardoor de boer het hooi in de berg laadde vanuit de hooiwagen en waardoorheen hij in de winter het benodigde hooi weer naar beneden gooide! Bij slimme boeren hangt er altijd een touw uit de kap in het gat voor het geval dat. Bij grotere tasbergen met vijf of meer roeden wordt het ondersteunen van het plafond een constructieve uitdaging. In het Midden-Nederlandse rivierengebied staat dan vaak in het midden een gemetselde kolom, de poer, met van daaruit de tasliggers naar de roeden.



3.b. De schuurberg

Schuurbergje te DiepenveenLangs de Gelderse rivieren, Zuid Holland en Twente. De steltenberg met schuuruitbouwen wordt schuurberg genoemd. De uitgebouwde berg kent vier tot zes roeden. Onderzoek heeft aangetoond dat dit soort bergen soms al meer dan honderd jaar oud is. Heffen van het dak gaat met de bergwinde of de heef. In Twente zijn nauwelijks authentieke schuurbergen meer te vinden. In Zuid Holland, rond Benschop en onder meer rond Helwijnen zijn er nog enkele te vinden. Ook rond Deventer (Diepenveen) en in de Graafschap zijn er nog vele te zien, vooral langs de achterafweggetjes. Schuurbergje te EpseDe Betuwe is een levend tableau van schuurbergen met concentraties rond onder meer Lienden, Opijnen, Buurmalsen, Wadenoyen en Est. Er waren vroeger boerderijen, onder andere rond Lochem, waar men er vijf op rij kon zien staan. Met tot zes roeden per berg.

3.c. Het pachtersbergje


Komt voor in de grensregio Salland, Graafschap en Twente. Uiteraard zijn alle hooibergen verplaatsbaar na uiteenname, maar met het pachtersbergje gaat het wat eenvoudiger. Het is een kleine hooiberg die op veldkeien is geplaatst en in zijn geheel verplaatsbaar is. Dit type berg werd Pachtersbergje te Markelo voornamelijk gebruikt door pachters die de berg meenamen als zij moesten verhuizen. Kenmerkend is dat de onderlanen aan 2 van de 4 zijden met korbelen zijn versterkt en dat de roeden op veldkeien zijn geplaatst. De onderlanen zijn met pen en gat door de roeden heen bevestigd. Bij het verhuizen werd een platte kar onder de twee tegenover elkaar liggende onderlanen, de onderlanen die niet met korbelen versterkt zijn, gereden. Zo kon de hooiberg naar elders worden vervoerd. Heffen ging met boom en ketting of bergwaag.



3.d. De koekoekberg



Komt voor langs de oude zuidelijke en oostelijke Zuiderzeekust De koekoekberg is een berg met een soort dakkapel, de koekoek, of grijperkast. Onder het hooibergdak loopt een balk die Naast de nieuwe berg op muesumboerderij te Kampereiland een koekoekberg, te bezichtigen om de werking van oa. de loopkat te bestuderen.uitkomt in de koekkoek en waaraan een grijper is vastgemaakt. Via een kabel-katrol systeem kon de grijper door een paard worden bewogen. Loopt het paard weg van de berg dan trekt deze de gevulde grijper omhoog en schuift deze de berg in. (zie ook thema laden van de berg) .Daar wordt het hooi gelost. Niet alleen langs de dijken maar ook in de oude vissersplaatsen langs de voormalige Zuiderzee waren boerderijen met hooibergen, stadsboerderijen. Er waren indertijd regelmatig hooibergbranden waarbij niet zelden delen van steden afbrandden. Genemuiden bijvoorbeeld kende enkele van dit soort grote branden. Daarna werden de hooibergen naar de rand van het dorp verbannen, kwam er ter plekke een rookverbod, en werden ze aan de straatzijde dichtgetimmerd. In GSecundaire weg naar Rouveen bij   Hasselt: groep bergenenemuiden is dit bijvoorbeeld nog steeds herkenbaar op de Achterweg. Er staat daar overigens nog maar één oude berg van de meer dan 50 die er vroeger stonden. In Hasselt, aan de weg naar Rouveen, staat nog een groep bergen. Jaarlijks verdwijnen er wel enkele.